^Naar boven

  • 1 Jenever, jenever en nog eens jenever
    De jenevers die zijn geproefd op de eerste proeverij van het Purmerends Proefgenootschap in oktober 2011
  • 2 Gezelligheid alom!
    Een sfeerbeeld van een van de proeverijen in Proeflokaal Bakker op de Koemarkt te Purmerend.
  • 3 Een van de proeverijen
    Gedurende het winterseizoen vinden er bijna maandelijks proeverijen plaats op de derde woensdag van de maand.
  • 4 Whiskyproeverij
    De verschillende soorten whisky die zijn geproefd op de eerste whiskyproeverij van het Purmerends Proefgenootschap.
  • 5 De proefopstelling...
    Het zijn per proeverij maar kleine glaasjes en die worden maar voor een klein deel volgeschonken. Het gaat om de kwaliteit, niet de kwantiteit.


De volgende proeverij is gepland op:

Woensdag 21 februari 2018

16 november 2011: Beerenburg

Aanwezig: Paul Verhoeven, Ger Belmer (not.), Bert Bonnemaijers, Irma Bonnemaijers, Paul Bonnemaijers, Willem van Wetten, Sonja van Wetten, Pieter Janssen, Willem de Gruyl,Thom Schreuder, Rob van Bladeren, Deanne van Bladeren, Petra Vos.

Afwezig: Tom Vos en Jan Duker.

Opening: Paul Verhoeven heet iedereen hartelijk welkom en stelt de nieuwe leden voor.

Ger Belmer

Het programma van de avond omvat het proeven van vijf kruidenbitters, gepresenteerd door Ger Belmer.

een Beerenburg van de Weduwe S.Joustra, 2. een vijf jaar op eikenhouten fust gelagerde Beerenburg van de Weduwe S. Joustra, 3. een door Ger Belmer in zijn keuken aan de Pinksterbloem 4 gestookte Berenburg op basis van Ketel 1 jonge jenever met Beerenburgkruiden afkomstig van kruidenhandel Jacob Hooij te Amsterdam, 4. de Duitse kruidenlikeur Jägermeister en 5. Schelvispekel van distilleerderij H. van Toor & Jzn in Schiedam. 

Bij de drankenproeverij worden drie hapjes geserveerd: Amsterdamse Ossenworst, Friese Nagelkaas en gerookte paling op toast.

Beerenburg flessen

1 & 2 Beerenburg, een Fries kruidenmengsel uit Amsterdam

Over het algemeen wordt het drankje Beerenburg of Berenburg (met één “e”) gezien als een Friese vinding. Hoewel de Friezen het populair hebben gemaakt, komt het drankje oorspronkelijk uit Amsterdam. De twee bekendste producenten zijn te vinden in Friesland: Sonnema en Weduwe S. Joustra.

Beerenburg ontstond in 1724 aan de Amsterdamse Stromarkt 9 (toen met dubbel oo: Stroomarkt), in de buurt van de Haarlemmersluis in de Jordaan. De Amsterdamse kruidenmenger Hendrik Beerenburg staat aan de wieg van het bittertje. Via Friese beurtschippers raakte het drankje in de negentiende eeuw in Friesland verzeild. In hun skûtsjes voeren de Friezen destijds heen en weer tussen de Bollenstreek en de Friese meren. Onderweg kwamen ze dan langs Amsterdam. Daar werd meestal gestopt bij de Haarlemmersluis, o.a. om bij Beerenburg een kruidenpakketje te kopen.

Kruidenhandelaar Hendrik Beerenburg verkocht kant-en-klare kruidenmengsels in zijn winkeltje aan de Stroomarkt 9. Deze moesten de schippers laten trekken op brandewijn of jenever. Omdat het een geschikt drankje was tegen de kou van de Zuiderzee, werd het al snel populair onder de schippers. Ook was het adagium: “Drie maal daags een eetlepel, goed tegen maagpijn en scheurbuik.” Medicinale krachten werd het kruidenbittertje toegedicht.

Diverse Friese wijnhandelaren en herbergiers kwam het succes van dit drankje ter ore. Velen gingen het drankje produceren, waarvan Weduwe S. Joustra en Sonnema waarschijnlijk de bekendste zijn. Andere merken zijn: Boomsma Distilleerderij ( “oud Friesche Beerenburger”), Meekma (“Meekma Beerenburg”) en het Groningse Hooghoudt ( “Kalmoes Berenburg”).

Er is er echter maar eentje die de naam Beerenburg mag voeren en dat is Weduwe S. Joustra. Deze in 1864 ontstane “Distillateurs – Wijnhandelaren – Likeurstokers” is de enige die het originele receptuur gebruikt. Vandaar dat de Beerenburg-varianten een andere schrijfwijze hebben. Sonnema Berenburg wordt bijvoorbeeld met één “e” geschreven. De draai die hieraan wordt gegeven door Sonnema is dat de maker van het drankje, de Dokkumse herbergier Fedde Sonnema, in 1860 vanwege zijn eigenwijsheid een persoonlijke draai wilde geven aan het standaard Beerenburg mengsel. Daar paste dan ook een andere naam bij. Er is wel een verschil. Terwijl Sonnema (nu gevestigd in Bolsward) jaarlijks 3 miljoen liter van het drankje verkoopt, stelt Weduwe Joustra daar 160.000 liter tegenover.

De Weduwe Joustra en Beerenburg

Wijnhandelaar Steven Joustra verkocht oorspronkelijk op fust gerijpte Franse wijn in zijn winkeltje in Sneek. Na zijn overlijden zocht zijn vrouw, Anjenette, een manier om de zaak voort te zetten. Vanwege de vier jonge kinderen had ze niet de gelegenheid om naar Frankrijk af te reizen. Omdat de Friese skûtsjes na terugkomst uit Amsterdam/Bollenstreek bij haar voor de deur aanlegden, vroeg zij aan hen of ze voortaan voor haar de kruidenmengsels kon meebrengen. Omdat het trekken van het mengsel een tijdrovende zaak was, stelde zij aan de schippers voor om dat voor hun te doen. Zij deed dat achter de slijterij aan de gracht Kleinzand in Sneek. Al gauw werd Beerenburg ook voor niet-schippers verkrijgbaar en groeide de populariteit.

Wat zit er in Beerenburg?

Dat is een groot geheim. Het kruidenmengsel bevat 25 kruiden, o.a. anijs, Benedictus, galiatoer, gentiaan, herba card, citroenmelisseblad, duizendguldenkruid, gezegende distel, kalmoeswortel en laurier.

Sinds 2002 staat Heleen Sonnenberg aan het roer van het kruidenbittertje. Toen nam zij de zaak van haar vader over. Tot 1981 kochten de nazaten van Weduwe Joustra trouw het kruidenmengsel bij het winkeltje aan de Amsterdamse Stromarkt. Echter in 1981 had de nazaat van Hendrik Beerenburg, Maria van Deventer, geen opvolger voor de zaak en wilde er mee stoppen zonder de receptuur vrij te geven.

De vader van Heleen Sonnenberg overtuigde Maria van Deventer er van het recept aan hem mee te geven. Maar dat ging niet zonder slag of stoot. Sowieso moest hij iedere keer een halve liter Beerenburg meenemen als hij het kruidenmengsel kocht, zodat Maria van Deventer kon proeven of de smaak goed was. Heleen’s vader moest eerst zelf experimenteren en puzzelen. De grammen en de juiste verhouding afstemmen was niet eenvoudig. Keer op keer werd het afgekeurd. Maar uiteindelijk werd zijn inspanning beloond en kreeg hij het recept overhandigd. Zo is Weduwe Joustra de enige opvolger van de originele Beerenburg. Later bracht Heleen een zoetere variant op de markt: Beerinnenburg, gezoet met stroop. Ook wordt er nu een vijf jaar oude Beerenburg geproduceerd, die qua smaak naar die van cognac neigt. .

3. Door Ger Belmer zelfgemaakte Berenburg.

Bij kruidenhandel Jacob Hooij op de Kloveniersburgwal in Amsterdam gekocht kruidenmengsel in een liter Ketel 1 graanjenever laten trekken. Aangegeven was het geheel een maand te laten staan, maar na 12 dagen vond Ger het wel genoeg. De aanvankelijk zachte geur en smaak maakten plaats voor iets te veel bittertjes. Hij zeefde het spul in een koffiefilter met Melitta zakjes en hield minder dan een liter over, ca. 8 deciliter. Een dure grap dus. En een bittere. Met 15 klontjes rietsuiker bracht hij de boel wat meer op smaak. Bij de proeverij in Proeflokaal Bakker bleek dat er minimaal nog wel zo’n hoeveelheid suiker in had gemogen.

Ger's Mengsel

4. Jägermeister (Duits voor jachtmeester) is een kruidenlikeur met 35% alcohol die in Wolfenbüttel, Duitsland vervaardigd wordt. Het lijkt op de Deense maagbitter Gammel Dansk en het Hongaarse Unicum.

Het geheime recept voor Jägermeister dateert uit 1934 en bevat 56 kruiden. Van de 56 kruiden zijn er 50 bekend. De overige 6 worden geheimgehouden. In 1935 verscheen de drank op de Duitse markt. Sinds de jaren 70 wordt het spul geëxporteerd. In Nederland wordt al jarenlang reclame gemaakt met de slogan ... alleen als ie ijs- en ijskoud is. Dat suggereert dat de smaak erg sterk zal zijn als het drankje niet gekoeld is.

Oorspronkelijk was het drankje bedoeld als een geneesmiddel voor alles, een panacee. Het werd gebruikt tegen een hardnekkig kuchje tot en met problemen met de ingewanden. In Duitsland wordt het nog steeds als digestief gebruikt, en staat zo in de (medicijn)kast van vele Duitse huishoudens. Het drankje heeft hierdoor een oude-mannenimago.

Sint Hubertus

Het logo van Jägermeister is gebaseerd op de legende van Sint Hubertus, de beschermheilige van de jagers. Het logo toont de kop van een hert, met een verlichtkruis tussen de takken van het gewei. Op het etiket staat een citaat uit het gedicht Weidmannsheil van de Duitse boswachter, jager en ornitholoog Oskar von Riesenthal (1830-1898):

Das ist des Jägers Ehrenschild,
daß er beschützt und hegt sein Wild,
weidmännisch jagt, wie sich's gehört,
den Schöpfer im Geschöpfe ehrt.

Vertaald in het Nederlands luidt dit gedicht:

Dat is de erezaak van de jager
dat hij beschermt en koestert zijn wild
als jager jaagt zoals het betaamt
en de Schepper in het schepsel eert.


5. Schelvispekel is een sterke, gekruide alcoholische drank die kan worden gerangschikt onder de kruidenbitters. De drank bevat 35% alcohol. Het is dus geen zoutoplossing waarin schelvis wordt bewaard, zoals de naam doet vermoeden. De drank werd oorspronkelijk vooral gedronken door vissers uit Vlaardingen om zich tegen de kou te beschermen als zij gingen vissen bij de Doggersbank.

Oorspronkelijk (voor 1900) maakten de vissers de drank zelf uit brandewijn en specerijen, zoals kaneel en nootmuskaat. De drank stond dan lang (minimaal 6 weken) te trekken in stenen trekpotten in de kombuis. In de trekpotten geven de speciale specerijen hun geur en smaak af aan de brandewijn. Na toevoeging van suiker aan het extract is de uiteindelijke schelvispekel af. De naam schijnt te zijn ontstaan als schuilnaam voor de drank, die de vissers gebruikten om aan hun vrouwen te verzwijgen dat het om sterkedrank ging.

Schelvispekel wordt alleen nog gestookt door distilleerderij H van Toor & Jzn in Vlaardingen.

De voorlopige activiteitenlijst ziet er als volgt uit:

21 december whisky’s proeven van Glen Drammor in de Peperstraat (actie van Paul)
18 januari staat nog open
15 februari slijterij Bijvoet presenteert verschillende portsoorten.
21 maart presenteert brouwerij SNAB diverse bieren.
18 april worden Duitse weinstrasse rode wijnen door Pieter Janssen gepresenteerd.
16 mei zou het eerste seizoen kunnen sluiten met een cocktailproeverij in cocktailbar 13 op de Koemarkt (actie van Paul V.)

Paul Verhoeven gaat informeren naar een rondleiding bij distilleerderij van Wees in de Jordaan en daarna een stadswandeling naar het proeflokaal van van Wees. Bert Bonnemaijers gaat een kennis vragen onze club te gidsen door het centrum van Amsterdam.

Jan Duker vraagt de Beemster wijngaard naar de mogelijkheid van een rondleiding plus proeverij.

De volgende bijeenkomst van het Purmerends Proefgenootschap is op woensdag 21 december 2011.

Wie niet aanwezig kan zijn laat dat tijdig, liefst per mail, weten aan Paul, Proeflokaal Bakker,

Copyright © 2011-2016 Purmerends Proefgenootschap